Alle gekheid op een stokje

Er waren eens een kip en een bokje
die zaten samen in een hokje.

De bok zat op een ei,
waarop de kip ontdaan zei:
“Wel alle gekheid op een stokje!”

Voetbal, schaatsen of de koningin,
we verkleden ons, we hebben zin!
Feestmuts, toeter en een vlag,
zingen, schreeuwen, ja, dat mag!

Heel Nederland verbroedert plots
bij haar nationale trots.
Zo zit alle gekheid op een stokje…
en daarna weer terug in je eigen hokje. 

Een zwak hebben voor iemand

In mijn hoofd heb ik:

aangename kriebeltjes
binnenpretjes
knipoogjes
warme gevoelens
weke gedachten
zonsondergangen
slapeloze nachten
verstrooide momenten
stiekem genieten
en stille verlangens.

Ik doe ze in een doosje en ik besef
dat ik een zwak voor je heb… 

Dat muisje krijgt nog een staartje

Poppedeintje
in je bedje
ga maar dromen
want wat let je:
van een konijntje
in het gras,
van een eendje
in de plas,
van een vlieger
op het strand,
van een schelpje
in je hand,
van een kus
van ome Douwe
want met hem
wil je immers trouwen;
maar dat muisje,
lieve Saartje,
heeft beslist nog
een lang staartje. 

De hond in de pot vinden

Vuurtje stoken
lekker koken!

Italiaans
of Marokkaans,
Duitse worst
of liever borsjtsj?
English pie
of pittig Thai?

Gewoon Chinees
van op de hoek
of Hollands vlees
en pannenkoek? 

Kan niet schelen
wat het is
we zitten allemaal
aan de dis
behalve Piet
die is er niet… 

die komt te laat
en vindt tot slot
een schattig hondje
in de pot.

Je eigen boontjes doppen

Als kind was ik vaak met mijn zusje bij mijn moeder in de keuken, evenals de hond. Ik hoopte dat er een pan was om uit te likken en de hond hoopte dat er per ongeluk eten op de grond zou vallen. We mochten moeder helpen aardappels tot friet snijden of uien snipperen, tot de tranen in je ogen stonden. Met de mixer room stijf kloppen was heel spannend, want als je net te laat was, werd het boter.
In de keuken was het altijd dampig warm. In de winter besloegen de ruiten en dan kon je daar je naam op schrijven. Het rook er naar sudderlapjes en zelfgemaakte appelmoes, naar warme wafels of naar cake die in de oven stond. Eigenlijk is de keuken het verlengde van de moederborst: warm en intiem, en er komt eten uit.

’s Zomers konden we vanuit de keuken zo de tuin in rennen, naar de schommel bij de perzikboom, kijken naar de waterspinnen op de vijver. Op warme dagen vloog er een vliegtuigje over met daarachter een reclamespandoek. Als de tekst in spiegelbeeld was, was het altijd een wedstrijd wie het ‘t eerst kon lezen. Toen we groter werden, zaten we met z’n allen in de tuin groenten en fruit schoon te maken voor de inmaak.

Tot we het huis uitgingen… Toen moesten we onze eigen boontjes doppen! 

Dat varkentje zullen we wel even wassen

Er was eens een boerin in Assen,
die wilde haar man graag verrassen.
Zij zette hem in een bak
vol met water en sprak:
“Dit varkentje zal ik eens eventjes wassen.” 

Schaapjes tellen

Schaapjes tellen om te slapen
allemaal springend over ‘t hek
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7…
… twee-, driehonderd… dit is te gek!

Kan één herder zoveel schapen
hoeden in één enkele wei,
enkel om te kunnen slapen
op mijn rug, mijn linker zij?

Ik neem één schaapje in mijn armen
en nestel me in zijn warme wol,
laat me zo door hem verwarmen
…en met slaap vult zich mijn bol. 

Het zal me worst wezen…

Albert was 85 en Jenny was 84. Ze waren 60 jaar getrouwd en iedereen nam Albert en Jenny als voorbeeld. Wat kon het huwelijk toch mooi zijn. Maar wat gebeurde er ‘s morgens vroeg de dag na het 60-jarig huwelijksfeest? Albert zei tegen Jenny dat hij vond dat hij nu eindelijk eens eerlijk moest zijn. Dat hij eigenlijk nooit verliefd was geweest. Dat hij zich ergerde aan de manier waarop ze in huis altijd de boventoon voerde. Ja, als er buren of bekende kwamen, dan glimlachte ze en was het alsof hij met een ander persoon getrouwd was. Maar de mensen waren nog niet weg of ze moest weer zo nodig de baas uithangen.
Toen Albert was uitgesproken nam Jenny het woord. Jenny zei tegen Albert dat zij nu eindelijk ook eens eerlijk moest zijn. Dat ze eigenlijk nooit verliefd op hem was geweest.
Dat ze zich ergerde aan zijn sulligheid. Dat er niets in hem zat en dat hij nooit eens initiatieven kon tonen. Ja, als er buren of bekenden kwamen, dan sprak hij over wat hij allemaal beleefd had.

Ja, ja het was overduidelijk, zij zagen het niet meer zitten. Dat duurde gelukkig niet lang, want ‘s middags toen Albert zijn kopje thee kreeg zei hij: “Lekker hoor, Jenny…” en Jenny zei: “Gezellig, hè?” 

Een lans breken

Ridder Robrecht was in zijn sas, want hij had een gloednieuw harnas, gemaakt door de beste smid, soepel in de scharnieren, van tweekleurig metaal, kortom: hier kon hij mee voor de dag komen. Ridder Robrecht was jong en ongehuwd, dus ging hij in zijn fonkelnieuwe harnas op zoek naar een mooie vrouw, liefst een prinses. Want prinsesjes dromen van dappere ridders die, naast hun spectaculaire overwinningen, ook bereid zijn een lans voor hen te breken. Hoezo, een lans breken? Wel, in de middeleeuwen gingen ridders op kruistocht naar het Heilige Land. Dat was zo’n beetje de voorloper van de huidige VN vredesmissie: het doel is vrede en de praktijk is oorlog.

Het was voor de adellijke dames die achterbleven niet leuk om jarenlang zonder hun dappere ridder te moeten leven. Bovendien moesten zij een kuisheidsgordel dragen! Daarom hadden zij bedacht dat ze de lansmakers zouden omkopen om lansen te maken die gemakkelijk kapot gingen. Want, een ridder die zijn lans brak in een toernooi was geen held – samen met de lans brak ook zijn imago.

Zo gezegd, zo gedaan, en heel wat ridders leden smadelijke nederlagen onder het toeziend oog van een groot publiek. Maar ze constateerden ook dat de adellijke dames steeds enthousiaster klapten en lieflijk glimlachten naar hen. Ze hadden duidelijk succes!

Wie niet sterk is moet slim zijn, en zo gebeurde het dat de ridders ervoor zorgden dat de zaken zich als vanzelf omdraaiden: ze deden voortaan niets liever dan een lans breken voor een mooie prinses. Zo hoefden ze ook niet meer op kruistocht, hetgeen tevens het einde inluidde van dat soort georganiseerde reizen.

Ridder Robrecht en zijn prinses leefden nog lang en gelukkig en, dankzij de afschaffing van de kuisheidsgordel, kregen ze heel veel kinderen. 

Iemand een poepje laten ruiken

Zo goed als het lichaam zich graag van gassen ontdoet, zo goed kan de geest zich bevrijden door iemand die je dwarszit een poepje te laten ruiken. Aaaaah….!

Het lijkt niet kwaad
die zachte winden…
Een stille daad,
een welbevinden! 

In de soep lopen

In de soep

De eerste stapjes

hij kan lopen!
hij gaat ontdekken
de kamer slopen…
 
Later wandelen
de hond uitlaten
dronken waggelen
hardloopfanaten
 
Vakantie vieren
en ook trouwen
plannen maken
carrière bouwen
 
Een tegenslag…
verlies gelopen
en constateren:
‘t is in de soep gelopen

Overpeinzingen

Mijmeringen

Dit is het laatste tekstje uit het boekje ‘Het leven is een feest maar je moet zelf de slingers ophangen’. Ieder tekstje kan weer een bepaalde gedachte oproepen en dat is ook onze bedoeling.

Kijk als voorbeeld maar eens naar het laatste gedichtje “In de soep lopen”. Waar denk jij aan terug als je dit leest? Die eerste stapjes kun je je natuurlijk niet herinneren. Maar van de periode daarna blijft natuurlijk veel hangen. Heel veel mensen blikken terug op hun leven en met een knipoog constateren ze dan, dat niet alles gelukt is. Is dat erg? Natuurlijk niet, we mogen in ieder geval genieten van de dingen die wel gelukt zijn en dan kan het zelfs om kleine dingen gaan.

Voor heel veel mensen geldt zelfs dat ze zich veel beter voelden toen ze dat stapje terug hebben gezet. Dat kan met wat we zo deftig aanduiden ‘tijdens het arbeidzame leven’ zijn, maar ook erna. Een stapje terug doen om dat niet alles loopt zoals je wenst, kan veel opluchting geven. Misschien zijn er nu ook zaken die je dwarszitten omdat ze teveel tijd kosten en daardoor belastend zijn.

We hopen dat de tekstjes en tekeningen voor jou inderdaad een fijne inspiratiebron vormen om je gedachten over te laten gaan…

Het leven is een feest

Een aantal jaren geleden verscheen er een reeks kaartspelen met eenvoudige tekeningen voor het onderwijs – de zogenaamde Kaboontjes – om idiomatische uitdrukkingen zoals ‘in zak en as zitten’ of ‘veel aan je hoofd hebben’ te leren.
Al snel ontstond het idee om die tekeningen ook te gebruiken om luchtige rijmpjes en tekstjes te illustreren. Inderdaad luchtig en met een knipoog naar de wereld die we allemaal kennen. En daarmee is het een uitstekende bron voor allerlei overpeinzingen en we zullen er ook met plezier gebruik van maken.

Het boekje ‘Het leven is een feest’
(tekst Ingrid Regout en tekeningen Kasper Boon) is o.a. verkrijgbaar bij bol.com.

feest
©tekstjes en tekeningen (Kaboontjes), alle rechten voorbehouden