4: het grote meesterwerk

Het eerste deel van de voordracht

 

We starten deze les met een bijzondere smaakmaker. Op 7 maart jongstleden zond Avro’s Close-up de documentaire ‘Duivels die mij sarren’ (titel van één van zijn schilderijen) uit, gemaakt door de RQB-groep van Hans Quatfass, die eerder portretten maakte van schrijver- schilders als Lucebert en Frans Hals. Het mooie portret begint en eindigt met het bezoek in 1949 van de Engelse schrijver J.P. Hodin aan Ensor in diens huis boven de schelpenwinkel van zijn moeder, aan de Vlaanderenstraat vlak achter de Zeedijk in Oostende. Nu is daar het Ensor-museum gevestigd. Hodin komt om het meesterwerk “De intrede van Christus in Brussel (1889)” te zien, het grootste doek (2.58 x 4.31) dat Ensor, op 28-jarige leeftijd, maakte. Iedereen in de kunstwereld kende het, maar weinigen hadden het gezien. Op het moment dat Hodin Ensor bezoekt, bevindt het doek zich al 50 jaar in het atelier van de schilder.

Voor Hodin is de ontmoeting met deze eenzelvige man vreemd en onwennig. Hij is geïmponeerd door het doek en ziet er trekken in van het pas later ontstane surrealisme. Dit naast impressionistische verfstreken en kenmerken van het symbolisme en expressionisme. Maar Ensor is daarin niet geïnteresseerd. Hij is niet in een hokje te plaatsen. En dat is hij ook nooit geweest. Zijn schilderkunst, zijn ongeëvenaarde nieuwe stijl is voortgekomen uit verzet, uit een gevoel van miskenning (tekst: overgenomen van link, originele video🙂

Korte beschrijving op Wikipedia

 

De volgende tekst is van Wikipedia overgenomen en biedt een mooi overzicht als aftrap van deze les:

De kijker ziet een carnavaleske stoet vol maskers, tronies, clowns en karikaturen op zich afkomen, die hem dreigt te verpletteren. De Christus in het midden van het gewoel, enigszins verborgen tussen de menigte op een ezel, hij heeft gelaatstrekken die wel sterk op Ensor lijken: de kunstenaar als visionair ingehaald door de massa. Ondanks de fanfare en het gejuich, drukt het volgens Ensors biograaf Eric Min vooral zijn eenzaamheid en miskenning uit. Vooraan staan verwaande rechters, zelfvoldane burgers, vissersvrouwen, een dokter met tovenaarshoed, een stel muzikanten, een bespottelijk verliefd koppeltje en een pompeuze bisschop die tamboer-majoor speelt (met de trekken van Émile Littré). Rechts op het verhoog dragen de burgemeester en zijn schepenen een clownskostuum. De optocht marcheert onder een groot banier met de tekst “Vive la Sociale”. Het is duidelijk dat Kerk noch socialisme worden gespaard. Ensor klaagt de maatschappij aan en zet de bevolking voor gek. 

Tot zover de korte beschrijving. We komen nu toe aan een meer uitvoerige beschrijving en we geven Bart Jan het woord die allereerst zal ingaan op de ontstaansgeschiedenis van het schilderij.

De ontstaansgeschiedenis

En nu het contrast

 

De afbeelding hiernaast was de laatste afbeelding die Bart Jan in de vorige video toonde. In die video kwam het echte schilderij van Ensor nog niet aan de orde.

Nu vervolgt Bart Jan de voordracht en hij gaat in feite van de vorige voorstellingen uit. Maar nu gaat het om het schilderij van Ensor. Wat een contrast!

Slot

 

We hebben al eerder opgemerkt dat deze cursus is gebaseerd op een lezingenreeks van Bart Jan de Graaf. Van die reeks waren twee afleveringen gericht op dit topstuk van Ensor. We sluiten nu af met de volledige laatste lezing van Bart Jan, een lezing die ongeveer 3 kwartier duurt. Wat die lezing zo boeiend maakt is dat we aan de hand van het schilderij  een prachtig beeld krijgen van België rond de eeuwwisseling (1900). We zien de klassenstrijd, we zien hoe de monarchie wordt ervaren en we zien hoe de splitsing tussen de Waalse en Vlaamse gemeenschap wordt ervaren. Een splitsing die vooral in de Eerste Wereldoorlog op zeer schokkende wijze nog meer tot uiting komt.

Het behandelen van een schilderij tegen de achtergrond van wat er in een bepaalde periode gebeurt, is iets dat Bart Jan de Graaf als geen ander beheerst. Geniet van deze laatste voordracht!
Overigens zien we een duidelijke tweedeling in die laatste voordracht. Allereerst zien we de betekenis van het schilderij tegen de achtergrond van het maatschappelijk gebeuren rond die tijd. Maar in de eindfase gaat Bart Jan specifiek op de schilderkunst in en toont hij vooral wat de betekenis is van het kleurgebruik. En ook dat deel is uitermate boeiend.

Opgaven

Nu je de cursus volledig gevolgd hebt, is het aardig om voor jezelf een eindconclusie op te stellen.
We geven een aantal vragen die je wellicht op weg helpen bij het vinden van die conclusie:

1. Vind je dat Ensor in een bepaald hokje geplaatst kan worden en zo ja welk hokje zou dat zijn?
2. Ensor wordt tijdens zijn leven nog beroemd. Wat zou vooral aan die beroemdheid hebben bijgedragen?
3. Wat vind je zelf het meest boeiende aan de figuur Ensor?